Een biologie van psychologische fenomenen

Ik haal de bioloog Maturana er weer bij. Zijn bevinding is achteraf simpel maar de consequenties ervan reiken ver: betekenissen ontstaan pas wanneer twee organismen—laten we zeggen twee mensen—lijfelijk met elkaar interacteren. Bijvoorbeeld:

 

Riet prikt Levi zachtjes in zijn zij. Levi prikt zachtjes terug. Even later prikt Riet Levi weer enzovoorts. Riet en Levi reguleren hun aandacht en acties ten opzichte van de ander.

Nu is het mogelijk dat Riet op een gegeven moment zoiets denkt of ervaart als "Leuk dit, heen en weer en zo..." Op dat moment richt ze haar aandacht niet meer zozeer op Levi maar op de gezamenlijke activiteit van het elkaar onderling prikken. Ze neemt een metaperspectief in op wat er tussen hen gebeurt. Ze herkent een patroon.

Levi kan hetzelfde doen en zo herkennen ze beide de activiteit waarin ze betrokken zijn. Misschien geven ze er een klank aan: tikkertje. Riet en Levi weten in het vervolg wat ze moeten doen als je het over tikkertje hebt.

In de werkelijkheid van Riet en Levi is nu iets geheel nieuws ontstaan, namelijk een regulatie van hun aandacht en acties (die wordt geactiveerd als ze "tikkertje" horen) met betrekking tot een onderliggende regulatie van hun aandacht en acties (het daadwerkelijk over en weer prikken van elkaar). "Tikkertje" is iets waarmee ze samen kunnen verwijzen naar de onderliggende activiteit. In wezen is dit wat betekenis is: iets dat verwijst naar iets anders. Riet en Levi weten zelfs wat bedoeld wordt zonder elkaar nog langer daadwerkelijk te hoeven prikken.

 

Hogere-orde gedragscoördinaties

Het elkaar fysiek over en weer prikken is een regulering van aandacht en gedrag van de eerste orde. Het verwijzen naar deze wederzijdse activiteit is een regulering van aandacht en gedrag van de tweede orde. Betekenis—alle betekenis—is derhalve een tweede-ordefenomeen en het kan alleen maar bestaan tussen minimaal twee (in dit geval) mensen. “Tikkertje” is ondertussen een object geworden, iets waartoe Riet en Levi zich kunnen verhouden.

Volgens Maturana is nu taal ontstaan in de werkelijkheid. Taal is in deze zin voor hem gelijk aan betekenis, en wordt dus gezien als een fenomeen van de tweede orde. Het verwijst naar onderliggende, wederzijdse fysieke handelingen van de eerste orde. Het hoeft niet per se om gesproken taal te gaan, want we kunnen ons al betekenisvol uitdrukken lang voordat we kunnen praten; en we kunnen ook zonder te praten betekenis construeren, bijvoorbeeld in dans of in tekeningen.

Het hoeft ook niet bij de tweede orde te blijven. Je kunt tikkertje verder objectiveren, door gezamenlijk een metaperspectief in te nemen op het wederzijds aanduiden van “tikkertje”. Dan ben je aan het beschrijven: “Hé, we hebben zojuist een naam gegeven aan onze onderliggende activiteit.” De vierde orde zegt: “Hé, er is net beschreven. Iemand moet beschrijver of waarnemer zijn.” Vijf: “Hé, dat ben ik!” In principe kun je eindeloos doorgaan al kan je je bij niveau zeven waarschijnlijk al niets meer voorstellen.

 

 

Het mentale ontstaat uit wederzijdse gedragsafstemming

De consequentie van het bovenstaande is dat het hele domein van fenomenen die wij aanduiden als “mentaal” pas ontstaat in wederzijdse reguleringen van aandacht en gedrag die van de tweede orde zijn of hoger: betekenis, taal, beschrijven, denken, zelfbewustzijn, psychologie, literatuur, oorlog, liefde, eer en verder alle dingen en voorvallen die wij kunnen noemen. Anders gezegd, heel ons bewuste leven voor zover wij dat kennen speelt zich af in een geheel eigen domein van betekenissen.

 

Lees morgen verder in Deel V.

 

AFBEELDING
© The Soulman, 2017. Afbeeling geïnspireerd op afbeeldingen in Maturana & Varela (1989), De boom der kennis, Atlas Contact.