Het moet en zal met cijfers

Na het eerste studiejaar nam de nadruk op statistiek en methodologie toe. Je werd immers opgeleid tot onderzoeker. En daar ging het definitief mis, voor mijzelf en volgens mij ook voor de psychologie. Niet dat ik onderzoek niet interessant vind, integendeel. Maar het gaat om de pretenties waarmee dat onderzoek wordt uitgevoerd. Met de pretenties namelijk van de natuurwetenschappen en haar methodes. De fysica is het schoolvoorbeeld voor iedere wetenschap: streng, helder en objectief. Maar niet iedere wetenschap kan gebruik maken van het zuivere experiment, niet iedere discipline kan de werkelijkheid ontdoen van alle subjectiviteit, niet alle kennis is zo hard als de natuurwetten of zo onomstotelijk als die van de logica of wiskunde.

Van alle wetenschappen is psychologie waarschijnlijk nog wel het minst geschikt voor de natuurwetenschappelijke methode. Haar object van studie, haar bestaansrecht is namelijk het subject. Maar daarover hoorden we niets. Met verbeten en rabiate trekjes werd erop gehamerd dat psychologie een echte wetenschap is. Dat wil zeggen een discipline met cijfers en sommen.

Maar er is toch ook interpreterende wetenschap, Verstehen, filosofie en de geestenwetenschappen in het algemeen? De psychologie komt toch daaruit voort en niet uit de wis- en natuurkunde? Het kan toch niet blijven bij een enkele module Ethiek voor psychologen en wat gespreksvaardigheden?

 

Mens = flowchart

Ik raakte een beetje in de war. Bij al die abstracties die we produceerden zaten heus wel interessante wetenswaardigheden; bijvoorbeeld over introversie en de kans op een bipolaire stoornis, of over zelfwaardering in relatie tot de hoeveelheid geiten per vierkante meter. Maar wanneer zouden we van deze schema’s met blokjes (variabelen) en pijltjes (correlaties) weer echte mensen bouwen, zodat ik mijn familie, vrienden, studiegenoten en ook mezelf wat beter kon doorgronden? Dat gingen we toch nog wel doen zeker? De mens is toch geen flowchart?

Ik begreep natuurlijk wel dat het geen sprookjeswereld was, die academische psychologie. In wetenschap is geen plaats voor wonderen, dat wist ik ook. Maar waar was de verwondering? Waar was de intentie om de levende mens in heel zijn complexiteit te doorgronden? Waar was het gesprek, de aandacht, de compassie en de humaniteit in het algemeen? Ik geloof niet dat ik toen al besefte dat we in een disciplinaire stoomtrein zaten naar station Profilering, de ketel gestookt met proefpersonen. Echte mensen waren haltes geleden al overboord gezet.

Maar dat is vreemd, zelfs paradoxaal. En wel hierom:

 

De Baron zou trots zijn

Sociologie, culturele antropologie en psychologie begonnen zich in de tweede helft van de 18e eeuw aan de universiteiten af te splitsen van de academische filosofie. Zijn claimden ieder voor zich een onderwerp en een methodologie die zo bijzonder en zo geheel eigen waren dat er een aparte wetenschap voor moest worden ontworpen. Frans Boas en collega’s eisten aldus de vergelijkende volkerenstudies voor zich op. Emile Durkheim en vakgenoten claimden de sociologie, als studie van sociale feiten, zoals arbeidsverdeling, bevolkingssamenstelling en zelfmoordcijfers. Wilhelm Wundt en anderen verzelfstandigden de psychologie, als de studie van de individuele mens “met al zijn talenten, tekortkomingen, …” enzovoorts.

Zonder dit individu, dit subject, te claimen als het voorrecht van de academische psychologie was er geen academische psychologie geweest. Zoals gezegd, haar object is het subject. Maar dat subject mag nou net niet meedoen van de strenge en objectieve natuurwetenschap, en dus ook niet van strenge academisch psychologen.

Onder het doodzwijgen van deze omgekeerde Von Münchhausen-truc, werden ons manieren uitgelegd om op wetenschappelijke wijze aan psychologie te doen. De voornaamste waren het experiment en het vragenlijstonderzoek. Zonder blikken of blozen was de boodschap dat deze methoden uitkomsten leveren die voldoen aan de wetenschappelijke eis van objectiviteit. Dat ze inderdaad niet over mensen gaan die echt bestaan, zal ik aantonen in de volgende berichten. Daar moet ook worden verteld—als het dan toch allemaal onomstotelijk moet—dat zowel experiment als enquête aan alle kanten rammelen in de psychologie.

 

Lees verder in Deel III van deze serie.